Hagen worden veel aangeplant en dikwijls om verschillende redenen. Als
afscheiding, windscherm, om iets aan het zicht te onttrekken, om vakken
te omranden, als architecturale blikvanger of juist als achtergrond, enz.
Afhankelijk van het nut van de haag, kan men de juiste haagplanten kiezen.
Een belangrijke keuze is het al dan niet groen blijven van de haag in de
winter.
Indeling van de haagplanten:
- groenblijvende haagplanten
- loofhoutgewassen
- coniferen
- bladverliezende haagplanten
- windsingels
- randen / vakken
Planttijd:
Haagplanten worden zelden in container verkocht, maar zitten meestal met
hun wortels bloot in de grond. Zwaardere planten zoals coniferen of lauriersoorten
hebben een kluit. Hierdoor moet men aanplanten wanneer de planten in rust
zijn, d.w.z. van begin november tot half april (behalve tijdens vorstperioden).
Grondbewerking:
sleuf maken, voldoende diep en breed grond ongeveer 50 cm omspitten
bij planten met losse wortel, bij kluitplanten anderhalf maal de breedte
en hoogte van de kluitplant compost toevoegen en mengen met de aanwezige
grond.
Planten:
Na ontvangst van de planten onmiddellijk planten. Kan dit niet, dan
voorlopig inkuilen. De plant nooit onbedekt achterlaten in zon en wind.
Ook tijdens het transport de planten goed inpakken zodat de wortels niet
kunnen uitdrogen. Het planten zelf moet zo diep, zoals ze gestaan hebben
(ongeveer 5 cm boven de eerste wortels). Bij de aanplant terug voldoende
vivimus inmengen. De grond goed aandrukken en de planten aangieten. Bij
droog en schraal weder ook overvloedig gieten. Deze planttips zijn noodzakelijk
bij de planten met losse wortel. Bij kluitplanten is het ook aan te raden
zo snel mogelijk te planten, doch zij kunnen echter meer verdragen omdat
de wortels beter beschermd zijn.
Onderhoud of snoei:
Met het vormen van een haag moet men in een vroeg stadium beginnen. Het
is niet mogelijk oude, volwassen planten te veranderen in een goed verzorgde
ondoordringbare haag. Jaarlijks moet men de haagplanten zijdelings snoeien.
Eenmaal de haag de gewenste hoogte heeft, mag men de haag ook bovenaan snoeien
(= toppen). Vanaf dan snoeit men jaarlijks de zijkanten en de bovenkant
bij. De kanten van de haag moeten van boven naar beneden uitlopen, zodat
het zonlicht ook de lagere takken bereikt. Het is niet raadzaam om rechte
kanten te hebben of kanten die naar de basis toe naar binnen lopen (kale
uitgegroeide loten is het resultaat van te weinig zonlicht). Opgelet: niet
overdrijven met te schuin gesnoeide kanten! (niet mooi)
Bespreking van de verschillende haagplanten:
1.Groenblijvende haagplanten:
Loofhoutgewassen:
Buxus sempervirens: (= palm)
- kleine smalle elliptische bladeren
- sinds de oudheid in cultuur als lage haag en zeer geliefd als snoeivorm
(topiary)
- vanwege trage groei, zeer geschikt om vakken (esthetisch) mee af
te randen
- lage haag, meestal rond de 25-50 cm hoog
- jaarlijks snoeien in de zomer (geheugensteuntje: in de maanden zonder
de letter R: mei/juni/juli/augustus)
- plantafstand: 6à7 planten per lopende meter
Ligustrum ovalifolium: (= liguster)
- half wintergroene opgaande struik, 3m
- kleine groene smalle eironde bladeren
- nelgroeiende sterke plant
- verdraagt armzalige omstandigheden en gedijt op de meeste gronden
- zeer geschikt als halfhoge tot hoge haag, mits jaarlijkse snoei
- snoeien in de zomer - plantafstand: 5 planten per lopende meter
Prunus laurocerasus ‘Rotundifolia’: (= gewone laurier)
- breed opgaande forse struik, 3 à 4m hoog
- glanzend lichtgroene breed elliptische bladeren
- zeer sterk groeiend - uiterst geschikt voor brede hoge hagen
- jaarlijks lichte snoei midden in de zomer
- plantafstand: 75 cm uit elkaar
Prunus laurocerasus ‘Caucasica’: (laurier)
- opgaande brede struik, 3m
- lange smalle elliptisch glanzend donkergroene bladeren
- geschikt voor hoge hagen - jaarlijks lichte snoei in de zomer
- plantafstand: om de 75 cm
Prunus laurocerasus ‘Herbergii’: (laurier)
- opgaande dichte struik, 1.75m
- smalle toegespitste dof donkergroene bladeren
- rijkbloeiend met witte bloemen
- geschikt voor halfhoge tot hoge hagen
- lichte snoei in de zomer
- plantafstand: om de 75 cm
Ilex aquifolium ‘J.C.Van Tol’: (= hulst)
- breeduitgroeiende opgaande struik
- doornloze donkergroen glanzende bladeren die weinig getand zijn
- zeer rijkdragende hulst met oranje-rode besssen
- laat zich zeer goed snoeien (zomer)
- geschikt als hoge brede haag
- plantafstand: 2 planten op een lopende meter
Coniferen:
Taxus baccata:
- traaggroeiende struik, kan echter zeer oud worden
- in de oudheid reeds in gebruik als hoge haag
- voornamelijk gebruikt als haagplant, ook zeer geliefd als snoeivorm
(topiary)
- zeer decoratieve waarde en een tijdloze charme (kan zowel bij klassieke
als bij moderne tuinen worden aangeplant)
- jaarlijkse snoeibeurt in de zomer
- kan als lage of hoge haag gebruikt worden (mits een beetje geduld)
- plantafstand: 2 à 5 planten per lopende meter, afhankelijk van de
maat, de te bekomen hoogte, en uw geduld ( hoe hoger de haag hoe minder
planten op een lopende meter)
- opgelet: Taxus baccata is giftig!
Cupressocyparis x leylandii:
- sterk groeiende piramidale groene cypres
- ideaal als hoge haag of sterk windscherm dankzij zijn snelle groei
- groeit echter zeer snel in hoogte maar ook in breedte
- verdraagt sterke snoei, maar blijft toch een hoge brede haag
- snoei in de zomer
- plantafstand: kluitplanten om de 75 cm potplanten (doorgaans kleine
maten) om de 50 cm
Cupressocyparis x leylandii ‘Castlewen Gold’:
- groeit iets trager als C. leylandii
- heeft geel loof - snoei in de zomer
- plantafstand: kluitplanten om de 75 cm potplanten (doorgaans kleine
maten) om de 50 cm
Thuja plicata ‘Atrovirens’:
- sterk groeiende conifeer
- glanzend donkergroen loof
- smallere pyramidale groei
- snoei in de zomer
- geschikt als smalle hoge haag
- plantafstand: om de 50 cm (zeker niet verder!)
Chamaecyparis lawsoniana ‘Columnaris’
- smal zuilvormige groeiwijze
- prachtig blauw loof
- snelle groeier doch verschilt in groeiwijze van de andere coniferen
planten groeien niet in elkaar, de haag wordt gevormd door verschillende
haagplanten als individuen, kolommen (‘Columnaris’) naast elkaar te
zetten. Niet ondoordringbaar!
- snoei in de zomer - plantafstand: om de 50 cm
Chamaecyparis lawsoniana ‘Stardust’:
- dichte breed kegelvormige plant
- zwavelgele kleur, ook binnen in de plant
- snoei in de zomer
- plantafstand: om de 50 cm 2.
2. Bladverliezende haagplanten
Fagus sylvatica: (= groene beuk)
- zeer goede haagplant
- breed elliptisch frisgroen dun blad
- blad blijft in de winter bruin verdord aan de plant hangen
- goed windscherm dankzij sterk wortelgestel
- makkelijk te snoeien (zomer)
- halfhoge (min 80 cm) tot hoge haag
- plantafstand: 5 planten per lopende meter
Fagus sylvatica ‘Purpurea’: (= rode beuk)
- idem als F. sylvatica, doch met donker bruinrood blad Carpinus betulus:
(= haagbeuk)
- zeer goede haagplant
- langwerpig eirond frisgroen blad, dubbel gezaagde rand
- volledig bladverliezend ! (blad blijft niet aan de plant hangen)
- gedijt op bijna alle grondsoorten maar best op een goed doorlatende
bodem
- weinig last van ziekten
- makkelijk te snoeien (zomer)
- halfhoge (min 80 cm) tot hoge haag
- plantafstand: 5 planten per lopende meter
Acer campestre: (= veldesdoorn, spaanse aak)
- middelgrote struik - kleine groen 3 tot 5 lobbig blad
- minder gekende doch waardevolle haagplant (zeer geschikt voor landschappelijke
inpassing)
- verdraagt goed wind
- door oppervlakkig wortelgestel, voorkoming van erosie
- snoei in de zomer
- plantafstand: 5 planten per lopende meter
Berberis thunberghii:
(Berberis thunberghii ‘Atropurpurea’: met donkerrode blaadjes)
- veel gebruikte haagplant voor ondoordringbare hagen (doornen!)
- kleine eironde groene blaadjes
- geschikt voor de meeste gronden, echter niet te nat
- snoei in de zomer - plantafstand: 5 planten per lopende meter
Crataegus monogyna: (= éénstijlige meidoorn)
- geschikt als hoge haagplant, ondoordringbaar (doornen!)
- diep gelobd groen blad
- witte bloemen en rode vruchten
- groeit op bijna elke grond
- plantafstand: 5 planten per lopende meter
3. Windsingels
Bij grote tuinen zijn heel hoge hagen (4 à 12m) functioneel als windvang,
ze worden windsingels genoemd. In de polders en aan de kuststreek zijn ze
onmisbaar. Dikwijls worden verschillende planten gecombineerd, bv. Populus
(populier) en Alnus (els) met een onderbegroeiing van allerlei struiken,
Amelanchier (krenteboompje), Euonymus (kardinaalshoed), Symphoricarpos (sneeuwbes),
Viburnum opulus (gelderse roos) e.a. Ze zijn niet enkel functioneel, maar
deze gemengde hagen geven in grote tuinen dikwijls een goede aansluiting
op het omringende landschap. Een dergelijke haag is een lusthof voor vogels.
De verschillende soorten vragen een plantafstand van 50 cm of meer en kunnen
het beste in een dubbele rij worden geplant. Deze hagen kunt u geheel of
gedeeltelijk snoeien (indien nodig), bij voorkeur niet te strak, maar in
vloeiende lijnen. Een paar groenblijvende soorten zoals Ilex (hulst) of
Prunus (laurierkers) geven zo’n haag ook ‘s winters wat ‘karakter’.
4. Randen / Vakken
Bloeiende heestertjes zoals Spiraea (3pl/lm), en halfheestertjes zoals
lavendel (4 à 5 pl/lm) zijn geschikt als lage haag. Tot een hoogte van ongeveer
40 cm spreken we niet van hagen maar van randen. Randen hebben voornamelijk
een sierfunctie. Verschillende vaste planten komen hiervoor in aanmerking.
Sommige planten zijn noemen we vakvulling i.p.v. haagjes, bv. Lonicera nitida
‘Maigrun’. Deze planten groeien eerder breed dan hoog. Het is best deze
aan te planten in driehoeksverband, vandaar vakvulling. Er zijn meerdere
planten die hiervoor in aanmerking komen, maar gezien deze niet tot de haagplanten
behoren, wijden we daar nu niet over uit.

Bezoek zeker en vast eens onze hagentuin waar u bijna alle hagen in volwassen
toestand kan bewonderen. Hopend dat dit een hulpmiddel is geweest bij de
keuze van uw haagplanten, wensen wij u verder veel succes met de aanplanting
van uw tuin.
|