Meest gebruikte leibomen:
- Tilia europaea ‘Pallida’ (leilinde)
- Platanus x acerifolia (plataan)
- en soms ook Carpinus betulus (haagbeuk)
Deze bomen hebben zeer soepele (plooibare) takken en laten zich daardoor
gemakkelijk leiden.

Plantafstand:
Deze bomen worden best 3 m uit elkaar gezet. Dit naargelang de afstand
die beplant moet worden. In het midden tussen de bomen komt er telkens
een paal te staan.
LET OP: Na de laatste boom komt er nog een paal op 1,5 à 2m.
Hierna wordt het latwerk (of spandraad) bevestigd aan de palen. Op1,80m
hierdoor belet je inkijk (vb. van de buren). Je kijkt eigenlijk op de
kroon van de boom waardoor het zicht beperkt wordt.
Het leiden van de takken gebeurt om de 40 à 50 cm, deze worden
aangebonden met binddraad. Je kan al naargelang (3), 4 of 5 niveaus
maken.
Enkel de takken de je nodig hebt en die zich het dichtst bij het latwerk
(draad) bevinden worden gebruikt om te leiden. Alle andere takken worden
weggesnoeid.
Soms kan het zijn dat er op een bepaald niveau geen enkele tak voldoet
om te leiden. Maak dan gewoon met een mes een slipje in het hout. Zo
wordt de sapstroom onderbroken en stapelt de voeding zich plaatselijk
op. Op deze manier wordt de aanmaak van knoppen (en takken) beïnvloed.
Ook voorgeleide bomen zijn verkrijgbaar, deze zijn al 1 jaar geleid
tegen een bamboekader en moeten enkel nog aangebonden worden tegen de
geconstrueerde rastering.
Voor verdere info kunt u terecht bij 1 van de tuinadviseurs van de
molen.
|